Afwerkingsmogelijkheden
Geschuurd
Het schuren wordt vooral toegepast bij harde natuursteen met de bedoeling de zaagrillen te verwijderen.
Deze machinale afwerking wordt door uitgevoerd, met behulp van schuurmiddelen met carborundum, met diamanten of gelijkaardige schuurmiddelen of ook nog met behulp van diamanten
schuurplateaus onder besproeiing met water.
Het geschuurde oppervlak is effen (zonder zaagspoor) met fijne (zichtbare tot weinig merkbare) cirkelvormige streepjes.
Deze afwerking wordt meestal gebruikt voor buitenbevloeringen.
Gezoet (verzoet)
Het verzoeten gebeurt onder besproeiing met water en wordt uitgevoerd met behulp van reeksen schuurkoppen. De korrelgrootte van de schuurkoppen bepaalt het beoogde resultaat.
Het verzoette oppervlak geeft een relatief kleine en lichte weerspiegeling (matglanzend; afhankelijk van het soort steen). Het oppervlak is effen, mat en zonder zichtbare groefjes.
Deze afwerking wordt het meest aanbevolen en toegepast voor binnenbevloeringen in natuursteen.
Gepolijst (gepolierd)
Het polijsten gebeurt machinaal en met een nog fijnere korrel dan bij het verzoeten. Met het polijsten nemen de tinten hun verschillende nuances aan.
Bij een gepolijste steen worden de kleuren namelijk versterkt en krijgt de steen een weerkaatsend oppervlak met hoge glans. Hierbij worden eveneens, meer dan bij andere afwerkingsvormen,
de aders en barstjes blootgelegd. De polijstbaarheid van de natuursteen wordt voornamelijk bepaald door de polijstbaarheid van de aanwezige mineralen en door de textuur.
Daarom kan niet elke natuursteensoort gepolijst worden.
Deze afwerking wordt door het WTCB afgeraden voor binnenbevloeringen in natuursteen (ziet TV 213 pagina 17). Ze is wel perfect bruikbaar voor wandbekleding en allerhande maatwerk.
Gevlamd
Dit is een typische machinale afwerking waarbij men vlammen in contact brengt et een plaat gezaagde steen.
Deze afwerking gebeurt vooraleer het afwerkte product zijn definitieve afmetingen krijgt. Het "vlammen" wordt slechts toegepast op grote vlakken.
Zichtbare en bedekte zijkanten kunnen onmogelijk gevlamd worden. De vlammen laat men schuin en automatisch het hele oppervlak van de plaat bereiken.
De thermische schok veroorzaakt het openbarsten van de oppervlakkige korrels, wat de specifieke textuur teweeg brengt. Deze bewerking wordt vooral op harde natuursteen toegepast.
Diamantgezaagd
Het is de toestand van een steen die machinaal gezaagd werd met een diamantdraad. Het steenoppervlak vertoont de typische zaagsneden:
kleine golvingen en onderbrekingen van enkele tienden van een milimeter diep. Deze streepjes lopen evenwijdig met elkaar, volgens de richting die gevolgd werd door de zaag of door de draad.
Gebouchardeerd
Het boucharderen van een steen wordt verkregen door deze te bewerken met een bouchardeerhamer of tandhamer (manueel);
ofwel met een hydraulische hamer voorzien van een bouchardeerkop (mechanisch). Bij het boucharderen gaan letterlijk alle sporen verloren van eventuele vorige bewerkingen.
Het uitzicht van het bewerkte oppervlak varieert naargelang het aantal punten van de hamer. De afstand tussen te talrijke putjes hangt af van de tussenstand van de tanden.
Bij mechanisch gebouchardeerde stenen worden de sporen regelmatig verspreid over het ganse vlak.
Oude frijnslag
Deze behouwing wordt uitgevoerd met behulp van een luchtbeitel. Men kan het oppervlak het best beschrijven als een soort fijn gebikte behouwing waarbij de groeven (frijnen) onderbroken zijn.
Vaak lopen deze evenwijdig of licht schuin met de kanten.
|